Archive for August, 2008

Anderhalf jaar geleden schreef ik een gedicht waarin ik verkondigde dat blogs de kanker van het internet zijn. Waar vroeger het internet een bron was van nuttige informatie die meer gelezen dan geschreven werd, is het tegenwoordig een poel van nutteloosheid die voornamelijk geschreven wordt. Om in deze fijne terminale metafoor te blijven is Twitter wat mij betreft Ebola.
Evengoed doe ik hier zelf hard aan mee. Sterker nog. In een tijd waarin al die saaie persoonlijke weblogs als sneeuw voor de zon verdwijnen log ik gewoon hardnekkig door. Stukjes die door tien mensen gelezen worden, waarvan ik de meeste regelmatig spreek, moeten toch op een wereldwijd netwerk gedumpt. Het spoort niet maar het is gewoon leuk.
Ik kon me altijd maar met moeite inleven in de lol van Twitter. Voornaamste reden waarom ik er nooit aan begon was het simpele feit dat de intressantste dingen in mijn leven zich nou eenmaal niet voordoen als ik achter een computer zit. Veel meer dan proggen en p0rloos surfen gebeurt er niet.
Toen Camiel mij onlangs met een ietwat ondeugende grijns op zijn gezicht voorstelde om samen is gezellig te gaan Twitteren wist ik dat ik tegenwoordig Internet connectiviteit in mijn broekzak heb, en dat daarom de tijd nu wellicht rijp zou kunnen zijn om mijzelf is flink aan Twitter te bezondigen.
Vanochtend downloade ik de gratis versie van twitterrific voor mijn iPhone en ben ik begonnen aan een stroom loze berichten over wat ik zoal aan het doen was. Ik begin wel te snappen waarom dit inmiddels alweer een hele tijd geleden zo’n vlucht genomen heeft. Zeker in combinatie met een iPhone is het allemaal best leuk. Als al je vrienden een beetje meedoen is het wellicht zelfs stukken leuker dan dat toch ietwat suffe social networking.
Toch voelt het allemaal een beetje raar, met name om de laatste reden. Mijn vrienden doen niet gezellig mee. Sterker nog, ik denk dat de meeste mensen in mijn omgeving nog harder hun best moeten doen om hier de lol van in te zien dan ik moest voordat ik los ging. Zo tweet ik er op los als een klein blauw vogeltje in de woestijn.
En al dat getweet lees je natuurlijk gewoon hier: http://twitter.com/t_nuz
Vrienden,
Maak ik de laatste tijd een vreemde indruk? Een indruk van iemand die angstvallig zijn hand op de knip houd? Iemand die -zelfs voor Hollandse begrippen- bovengemiddeld gierig is, tot op het punt dat je je eraan zou kunnen irriteren?
Voor zover ik weet geef ik niet zoveel om geld. Maar afgelopen zaterdag zat ik in een niet nader te noemen restaurant met twee niet nader te noemen figuren (waarvan ik er één overigens NOG STEEDS niet kan krabbelen) en nog voordat we een hap opgediend hadden gekregen werd ons al gevraagd of we apart wilden afrekenen. Dat hadden we nog nooit meegemaakt, maar ja. Die ober was sowieso een beetje raar.
Twee dagen later stond ik in de Kruidvat. Ik kocht er een flesje mondwater en een nagelknipper. Toen ik afrekende moest de kassière tot drie keer toe vragen of ik het mondwater apart van het nagelschaartje wou afrekenen, omdat ik me echt niet kon voorstellen dat ze vroeg wat ik dacht dat ze vroeg. Nou, wel dus.
Kennelijk dacht ze dat het mondwater voor mij, en het nagelschaartje voor mijn vriendin was, en dat ik die vriendin (die natuurlijk sowieso teveel geld kost) bij thuiskomst wel is eventjes ging confronteren met de zoveelste onnodige kostenpost die ze onverhoeds op mij probeerde af te wentelen. Met een ferme slag zou ik het bonnetje op de tafel slaan opdat de verloren euro’s zo snel mogelijk weer terug in eigen knip zouden zitten.
Dat denken mensen dus, als ze mij zien als ik op het punt sta een bestelling te plaatsen of af te rekenen.
Ik heb in elk geval afgeleerd om op een publiek medium toe te geven dat ik maar één paar schoenen heb, die ik ook nog eens te duur vind. Ook zal ik volgende keer weer netjes Listerine kopen in plaats van Kruidvat huismerk. Maar mensen, als er nog iets is wat ik kan veranderen aan uiterlijk of gedrag, opdat ik niet de indruk maak nogal op de centen te zijn, zeg het me dan.

Op mijn vorige vakantie in Frankrijk besloot ik om mijzelf te gaan verdiepen in het ontwikkelen van iPhone applicaties. De eerste dag dat ik thuis was bestelde ik er een en drie weken later (ofwel drie dagen geleden) kreeg ik mijn telefoon eindelijk in handen.
Een ruwe beta van mijn eerste applicatie was toen al af. Nadat ik een paar uur met het apparaat gespeeld had werd het tijd om te kijken of mijn mooie programma net zo goed op de iPhone werkte als in de iPhone simulator op mijn laptop. Je kunt echter niet zomaar applicaties op je iPhone gooien. Stervelingen mogen ze alleen downloaden vanuit de App Store. iPhone developers moeten eerst een hele rits certificaten aanmaken om hun programma op hun eigen telefoon en die van een paar behulpzame testers te laten draaien. Ik hou niet van certificaten. Ze zijn reuze handig, maar ik heb er altijd ruzie mee.
Uiteindelijk ben ik ongeveer acht uur bezig geweest met het ritueel slachten van geiten totdat ik eindelijk het een en ander aan de praat had. Gelukkig werkte mijn applicatie wel meteen perfect.
Zaaien in plaats van oogsten
Vier creatieve projecten
Eén commercieel project
Positief in hart en nieren
Een opgeruimde slaapkamer
Eén (of meer) keer per week groente
Eén (of meer) keer per week sport
Minder niks doen
Meer buiten de deur
Geen insomnia
Geen twijfels
Onlangs vroeg een collega mij waarom ik eigenlijk maar één paar schoenen heb. Dit omdat ik dat ene paar een aantal dagen eerder in Frankrijk had laten liggen, waardoor ik al een paar dagen in goedkope portugese wandelschoenen rondliep. Ik mompelde wat terug over dat ik geen wijf was, en dus niet meer dan een paar nodig had. Helaas zijn moderne mannen ook wijven, dus die smoes gaat niet meer op.
Vandaag ging ik een nieuw paar schoenen halen. Ik was al niet zo goed gehumeurd omdat ik had geconcludeerd dat ik naast mijn schoenen ook mijn iPod aan mijn vakantie kwijt was.
Ik vertrok iets over enen vanuit Palazzo Sudorientale. De 54 reed voor mijn neus weg, maar dat maakte niet uit. De metrotunnels die mij met blank Amsterdam verbinden zitten deze maand toch dicht. Ik kan dus net zo goed de 50 nemen naar WTC, en dan verder met de 5. Ik stap de 50 in en staar een tijdje naar mijn portugese klompen. Daar zijn we zo in elk geval van verlost. Een minuutje of twintig later stap ik uit op WTC. De halte van de 5 is afgezet met rood wit gestreept lint. Ziet er niet naar uit dat daar vandaag nog een tram langs gaat rijden. Dan toch maar naar Amstel. Ik pak de 50 terug, want de 51 komt niet verder dan Spaklerweg tegenwoordig. Gelukkig staat de 53 op van der Madeweg al voor me klaar bij aankomst. Ik spring er snel in en besef me dan dat deze de verkeerde kant op gaat. Uitstappen op Venserpolder, en een kwartiertje wachten op de metro de andere kant op. De batterijen van mijn iPod shuffle begeven het en ik kom tot de conclusie dat dit zo’n dag is waarop je in bed moet blijven en vooral niet de deur uit moet gaan. Ik overweeg om weer naar huis te gaan en mijn expeditie uit te stellen tot morgen. Uiteindelijk ga ik toch maar schoenen halen. De metro waar ik nu op wacht gaat tenslotte toch naar Amstel, en daar hoef ik alleen nog maar even op de trein naar Centraal te springen.
Vanuit Centraal door een doolhof van blauwe houten schotten richting Kalverstraat. Eenmaal daar aangekomen maakt een beklemmend gevoel zich meester over me. ‘Ik hoor hier niet thuis, ik moet hier zo snel mogelijk weg‘. Ik denk aan een liedje van Gorki over in de rij staan bij de Hema: ‘Het bloed staat aan mijn lippen’.
Ik duik een aantal footlockers en footlocker-achtigen in. Ik heb niet zoveel met de Nederlandse schoenenmode. Al die schoenen zijn zo raar tegenwoordig. Alles wat er wel mee door kan is egaal zwart, egaal wit of egaal bruin. Bah. Na een half uurtje zoeken heb ik mischien drie schoenen gezien die een beetje in de buurt komen.
Uiteindelijk leg ik honderd euro neer voor een stel Puma’s. Ik vind ze niet bijzonder mooi, hooguit OK. Zonde van mijn tijd, zonde van mijn geld. Daarom heb ik dus maar één paar schoenen.